Papoea Nieuw Guinea

dorp heidenen bijbelstudie Liebenzell Mission begon met het werk op het eiland Manus in 1914. De Nederlandse zendeling Johannes de Roo was één van de eersten, die werden uitgezonden naar Manus. Tegenwoordig werken we ook op de eilanden Papoea Nieuw Guinea, New Britain en New Ireland. De tijd van pionierzending op Papoea Nieuw Guinea is voorbij. 96 % van de 4,6 miljoen inwoners noemt zich christen. Toch houden velen nog vast aan het animisme. Door de inlandse gemeenten worden we gevraagd vakbekwame mensen te sturen, die hen kunnen trainen en theologisch kunnen opleiden en om mee te helpen in het jeugdevangelisatiewerk.

Verder verlenen we sociale hulp in de krottenwijken van grote steden, geven we godsdienstonderricht op christelijke scholen en verzorgen we de opvang en begeleiding van kinderen van zendelingen.
Angst voor elkaar en de voorouders zet het leven in een voorchristelijke tijd. Bijzonder benadeeld zijn ook de vrouwen en kinderen. Meer dan 800 verschillende talen bewijzen nu nog hoe afgescheiden de stammen leven. Aan de andere kant is er toch veel samenhorigheid en hulp voor de anderen binnen de stammen. Daar kan de gemeente als de "Jesus Clan" van profiteren.
Tegenwoordig werken op Papoea Nieuw Guinea hoofdzakelijk inheemsen in de verkondiging en de gemeenteopbouw. Na bijna 100 jaar zendingsgeschiedenis is 96 % christen, zijn de kerken vol en zendt men zelf zendelingen uit. De jonge gemeenten hebben nog wel hulp nodig, om een stabiele basis in het geloof te krijgen.
Daarom worden onze werkers grotendeels bij de theologische opleiding ingezet, of in nieuwe gemeenten, zoals in de armenbuurten, om die te leiden .

Op de scholen worden leken en pastors opgeleid. Zij doen het werk vaak al heel lang, voordat ze de mogelijkheid krijgen om een opleiding te volgen.
Aan de andere kant voelen onze werkers zich versterkt door de grote openheid die er is. De laatste jaren dringen er meer sekten, zoals oosterse religies en de islam binnen.
Ofschoon het tropische land zeer vruchtbaar is en over veel grondstoffen beschikt, heeft  het veel schulden. De voorzieningen, die het zendingswerk aan de inheemsen overgegeven heeft, komen tot verval. Het leven is voor de normale mensen zeer duur: Eén kilo rijst kost ongeveer 65 eurocent, een maandloon bedraagt ongeveer 200 euro. Alleen een kleine bovenlaag wordt steeds rijker.
In de traditionele maatschappij zijn de vrouwen en kinderen niet veel waard. Slechts heel langzaam dringt het bewustzijn door, dat voor God alle mensen gelijk en waardevol zijn. Op de bijbelschool voor vrouwen in Anguganak in de West Sepik provincie krijgen vrouwen een opleiding, om in hun gemeenten taken te vervullen.
Velen vluchten van het binnenland naar de stad, om een beter leven te zoeken.

Maar deze droom komt zelden uit: In de hoofdstad Port Moresby hebben zij zich in de zogenaamde Settlements gevestigd, waar ze werkloos, verloren in hutten tussen het huisvuil zonder stroom en water vegeteren. De volwassenen drinken hun zorgen weg d.m.v. alcohol.
De kinderen en jongeren zijn helemaal op zichzelf aangewezen. Ze bezoeken geen school en worden dikwijls criminelen en raken aan de drugs. Aids verspreidt zich snel onder hen.
Sinds 1995 proberen onze werkers gericht, mensen uit de Settlements met het evangelie te bereiken. Ze beginnen daar ook met kinderprogramma's en lees- en schrijfonderwijs, maar het is heel moeilijk om hun vertouwen te winnen.
Toch zijn er enkele gemeenten ontstaan. Voor de vrouwen zijn er naai- en kookcursussen, waarmee ze dan wat geld kunnen verdienen.